De Luister-en-Vertel-Tournee

26.12.06

Humor en respect in Amerika

Wat is humor? Iets om om te lachen, zou je zeggen. Maar wat is nou lachenswaard? En wanneer is humor niet meer om om te lachen? Wanneer houdt humor op humor te zijn? Wanneer is humor zo belachelijk, dat het niet meer be-lach-elijk is? En als je dat al weet, wat is dan gevoel voor humor?

--------------------

Woensdag 14 september 2005, dag 3 van De Luister-en-Vertel-Tournee in Amerika, Rebecca's Cafe, Boston, Massachusetts, Verenigde Staten

De man met de hoed leest op de muur van het toilet in het cafe in Trenton Street: "Show some respect for the customers. Fix the toilet". Typische wc-humor. U kent dat wel.

Daaronder staat geschreven: "Show some respect for the workers. Tell them about it". Tell is onderstreept. Typische wc-humor. U kent dat wel.

Weer iemand anders schrijft naast de eerste opmerking: "You should be glad there is one". Een typische wc-oneliner, u kent dat wel. Een beetje sarcastisch, maar nog steeds lachenswaardig.

En nog weer iemand anders schrijft ernaast: "You're right, motherfucker!". Kijk, is dat nog humor?

--------------------

Zaterdag 10 september 2005, nog twee dagen voor de De Luister-en-Vertel-Tournee in Amerika begint, Cafe De Knuistboom, Oisterwijk, Nederland

De taxichauffeur stopt het busje om de hoek, om het overige verkeer op de Tilburgseweg niet te hinderen. Hij is nog niet uitgestapt of er komt een vrouw naar hem toe. Een frietje met in de ene en een frikandel speciaal in de andere hand.
"Motte gij naor Tilburg?". Half verstaanbaar door het dialect en de friet in haar mond.
"Ja, ik moet twee mensen ophalen", antwoordt de chauffeur. Hij is nog niet uitgepraat, of ze roept al: "Dan kumde veur ons. We motte naor de Kruidenlaan. Enne, we hebbe maor 20 euri's. Dus ge ziet maor hoe dah ge het gesteld kreigt".

'Oh nee', denkt de chauffeur bij zichzelf,' weer zo'n halfdronken gast, die denkt leuk te moeten zijn. Die denkt grappig te moeten zijn en een taxichauffeur voor de gek te moeten houden. Hij schat dat het zo'n 30 euro naar die straat in Tilburg-west is. Via de kortste weg dan. De snelste route is duurder, want om in kilometers gerekend.

Ze stappen in, zij voor en hij achter. Zij naast de chauffeur op het tweezitsbankje, hij daarachter op de driezits.

"We hebben maar 20 euro, sjefke, dus daar zulde het mee moeten doen". 'Oh nee, hij ook al', denkt de chauffeur weer bij zichzelf, 'wat hebben dronken mensen toch een apart gevoel voor humor'. Hoewel, de vrouw en de man komen niet echt dronken over. Jolijtig, dat wel, en ook veel verbaal kabaal, dat ook. Heel veel verbaal kabaal, vooral zij. Dus ze zouden best een beetje aangeschoten kunnen zijn, maar zeker niet zat.

Hij bekijkt met afgrijzen het tafereel naast hem. De vrouw zit met de twee bakjes vette hap op haar schoot in het busje. Zijn afgrijzen is ingegeven door de nog nieuwe staat van de bus. Het is pas 1 jaar oud en van buiten en van binnen nog schoon en ongehavend. Dat zou na een ritje Oisterwijk-Tilburg in combinatie met alcohol, mayonaise en tomatenketchup best wel eens anders kunnen zijn. "Eigenlijk mag je in de bus niet eten. Zou u uw frietje en frikandel buiten op kunnen eten? Ik wacht wel"

"Ik bepaol zelluf wel wanneer ik dees opeet. Ik heb er verdomme drie kwartier op motte waochte. Enne kunde een bietje deurrijje? Wah gaaz erop zou nie verkeerd zijn. En heb ik al gezee da we nie meer as 20 euri's hebbe?"

"Ge hoeft oe geen zorge te maken over het geld. Ik breng jullie wel voor 20 euro thuis". De chauffeur kan niet laten mee te gaan in het Tilburgs dialect. Het costante gezeur om die 20 euro begint hem te irriteren. Verkeerd, hij weet het, maar toch.

Als hij had gedacht met zijn toezegging een eind te hebben gemaakt aan de flauwe grap, heeft hij het mis. De hele rit blijven ze maar zeuren en mauwen over die 20 euro. Is dat nog humor?

Ook anderszins hebben de twee duidelijk een ander gevoel voor humor dan de chauffeur. De grote bek en de arrogantie van de vrouw worden hem op een gegeven moment teveel. Vooral als ze zich ook nog eens gaan bemoeien met zijn rijstijl, extra voorzichtig totdat de vrouw haar eten heeft verorberd, en de route, de kortste en dus de goedkoopste. Alsof hij de weg in Tilburg niet weet.

Hij begint haar terug te bakkesen. De taal wordt platter, de woorden grover en het volume luider. Ordinair scheldend en schreeuwend gaat het op Tilburg aan. Met een grote omweg, want hij besluit maar te rijden zoals zij willen.

Bij de weg naar Loon op Zand loopt het uit de hand. Hij heeft genoeg van de vrouw en zet haar eruit. Die is daar natuurlijk niet van gediend, dat spreekt vanzelf. Er ontstaat een handgemeen om de sleutels van de bus. Bijna breekt hij haar vingers als zij over zijn kale hoofd krabt. Een licht bloedspoor nalatend.

Uiteindelijk komt het nog goed, al is dat wel een kwartier later. Waar een verschillend gevoel van humor al niet toe kan leiden.

--------------------

Dinsdag 13 september 2005, dag 2 van de Luister-en-Vertel-Tournee in Amerika, Washington Dulles International Airport, Washington DC, Verenigde Staten

"We are not kidding here". Streng en verwijtend spreekt de kleine luchthavenmedewerker met het vriendelijke gezicht de man met de hoed toe. Inderdaad, veiligheid is een serieuze zaak. Vooral op vliegvelden. Daar is geen plaats voor humor. De man met de hoed was dan ook serieus. "I'm not kidding. I'm serious".

Hij staat in de lange rij voor de paspoortcontrole. De vriendelijke vliegveldmedewerker was hem al meteen opgevallen. Een kleine Aziatische man. Japans waarschijnlijk, Chinees misschien. Keurig gekleed in donkerblauwe broek en wit ovehemd met een donkerblauwe stropdas. Zo te zien van de luchthaven of van de Amerikaanse Immigratiedienst. Hij doet van alles. Verzet de afzetlinten, zodat de stroom van binnenkomende passagiers zo efficient mogelijk naar de hokjes met de ambtenaren van de Immigratiedienst worden geleid. Wijst de voorsten van de rij bij welk hokje te gaan staan wachten. Daarbij zo nodig de buitenlanders verwijzend naar de rij voor Amerikaanse ingezetenen, want die rij is veel korter. Echt een manusje van alles.

En controleert bij iedere passagier of het groene visa-formulier correct en volledig is ingevuld. Zo ook bij de man met de hoed.
"Waar in Amerika gaat u naar toe?". Op het formulier staat bij adres een streepje ingevuld. Conform de werkelijkheid.
"Dat weet ik nog niet".
"Maar u gaat toch wel ergens naar toe?".
"Ja. Ik ben onderweg naar Boston. Hier in Washington is maar een transfer".
"En waar in Boston gaat u naar toe?".
"Dat weet ik nog niet".
"Maar u heeft toch wel een adres?".
"Nee. Na aankomst in Boston weet ik pas naar welk adres ik toe ga".
"U moet een adres invullen op het formulier".
"Ook als ik geen adres heb?"
"Zoals ik zei; u moet een adres invullen".
"Okay. Doet het ertoe welk adres?"
De hoed voelt zich niet echt op zijn gemak. Hij begrijpt ook wel dat de vriendelijke Japanse Amerikaan alleen maar probeert te helpen. Dat dat niet de juiste functionaris is om een discussie mee te beginnen. Aan de andere kant voelt hij er niets voor zomaar wat in te vullen. Ook al weet hij donders goed dat dat usance is bij dit soort plichtplegingen.
"Ik heb geen zin in een discussie met u", zegt de luchthavenman, "Ik probeer alleen maar te helpen. U krijgt problemen bij de ambtenaar van de immigratiedienst als u geen adres invult."
"Ik zeg het zoals het is. Als de Immigratiedienst mij zomaar wat wil laten invullen, dan doe ik dat met veel plezier. Maar dat is niet hetzelfde als wanneer ik zelf zomaar wat invul."
"Wat u wilt".

Even later pikt de man de hoed eruit en wijst hem bij een van de hokjes vooraan te gaan staan. Hij is meteen aan de beurt. De immigratie-ambtenaar is gauw klaar met de vreemdeling. "U moet wat invullen. Iedereen, die de VS binnenkomt, moet een adres hebben. Voor mijn part vult u Main Street, Disneyland in. Als er maar iets staat."
"Wat u wilt".
De hoed schrijft 'Marriot Hotel, Boston' op. De ambtenaar zet een stempel en verwijst de hoed vriendelijk om door te lopen.

De hoed realiseert zich de ironie. Het is verkeerd te zeggen zoals het is. Het is juist correct incorrect te zijn. En het doet hem ook afvragen hoe serieus dit soort veiligheidsmaatregelen genomen moeten worden. Als het toch niet uitmaakt wat een bezoeker invult, kan het net zo goed niet gevraagd worden.

Maar hij realiseert zich ook zijn eigen overdreven rechtlijnigheid. Wie zal zeggen wanneer je aan de letter van een regel te houden, en wanneer een beetje te marchanderen met de werkelijkheid?

ton

3 brutale vragen:

1.
Ook wel eens flauwe grappen gemaakt? Of op elke slak zout gelegd? Sta er eens 10 seconden bij stil. Langer mag ook.

2.
Misschien vindt u ervaring de van de man met de hoed op het vliegveld van Washington wel leuk voor iemand anders. Stuur het dan door. Maar alleen als u denkt dat u er iemand een plezier mee doet. Anders niet.

3.
Misschien, heel misschien is dit verhaal u een euro waard. Als dat zo is, maak het dan over naar rekeningnummer 1689.67.456, t.n.v. Stichting Luister en Vertel Tournee te Oisterwijk. Maar alleen als u het een euro waard vindt. Anders niet.