De Luister-en-Vertel-Tournee

1.1.07

Een held en een lafaard in Amerika

Maandag 26 september 2005, dag 15 van De Luister-en-Vertel-Tournee in Amerika

Het grote busstation op Manhattan in New York. De man met de hoed heeft zojuist zijn rugzak in de legergroene vluchtzak gedaan en de Greyhound-labels eraan vast gemaakt. Nog zo'n twee uur voordat de bus naar Detroit vertrekt. Uit zijn handbagage, een klein paars rugzakje, haalt hij 'The Catholic Worker', de maandelijkse krant van het tehuis voor daklozen waar hij afgelopen nacht heeft geslapen. Hij leest een ingezonden brief van een Amerikaanse deserteur. En ook al is de brief hem eigenlijk een beetje te lang, en staan de grote woorden hem soms een beetje tegen, hij kan niet stoppen tot hij hem uit heeft.

Ik werd uitgezonden naar Irak in april 2003 en kwam thuis voor twee weken verlof in oktober van datzelfde jaar. Naar huis gaan gaf me de gelegenheid om mijn gedachten op een rijtje te zetten en te luisteren naar wat mijn geweten te zeggen had. Mensen vroegen me naar mijn oorlogservaringen en mijn antwoorden brachten me terug naar de verschrikkingen - de vuurgevechten, de hinderlagen, die ene keer dat ik zag hoe een jonge Iraki bij zijn schouders werd weggesleept door een grote plas van zijn eigen bloed of hoe een man werd onthoofd door het vuur van ons machinegeweer. Die keer dat een soldaat van binnen ineenkromp omdat hij een kind had gedood, of die oude man op zijn knieen, huilend met zijn armen uitgestrekt naar de hemel, misschien wel god vragend waarom wij het levensloze lichaam van zijn zoon hadden weggenomen. Ik dacht aan het lijden van een volk waarvan het land in puin was en dat nog meer werd vernederd door de acties, patrouilles en uitgaansverboden van een bezettend leger.

En ik realiseerde me dat geen enkele van de ons vertelde redenen waarom wij in Irak waren waar bleek te zijn. Er waren geen massavernietigingswapens. Er was geen link tussen Sadam Hussein en Al Qaeda. We waren niet bezig het Iraakse volk te helpen en het Iraakse volk wilde ons daar helemaal niet. We waren niet bezig terrorisme te voorkomen of Amerikanen veiliger te maken. Ik kon niet een goede reden bedenken om daar te zijn, om op mensen te schieten of om zelf te worden beschoten.

Thuiskomen gaf me de helderheid de lijn te zien tussen militaire plicht en morele verplichting. Ik realiseerde me dat ik deel was van een oorlog die ik geloofde immoreel en crimineel te zijn, een agressie-oorlog, een oorlog van imperialistische dominantie. Ik realiseerde me dat het navolgen van mijn principes onverenigbaar werd met mijn militaire rol. En ik besliste dat ik niet terug kon keren naar Irak.

Toen ik mezelf aangaf bij Het Leger, met al mijn angsten en twijfels, deed ik dat niet alleen voor mijzelf. Ik deed het voor het volk van Irak, zelfs voor degenen die op mij hadden geschoten - zij stonden aan de andere kant van hetzelfde slagveld waar oorlog zelf de enige vijand was. Ik deed het voor de Iraakse kinderen, die het slachtoffer waren van mijnen en uranium leegden. Ik deed het voor de duizende onbekende burgers, gedood in de oorlog. Mijn tijd in de gevangenis is een kleine prijs vergeleken met de prijs die Iraki en Amerikanen hebben betaald met hun leven. Mijn prijs is een kleine vergeleken met de prijs die de mensheid betaalt voor oorlog.

Door mijn wapen neer te leggen koos ik ervoor als mens weer op te staan. Ik heb niet het militaire apparaat verlaten of de mannen en vrouwen van het leger in de steek gelaten. Ik ben niet onloyaal naar een land geweest. Ik ben loyaal geweest aan mijn principes.

Velen hebben mij een lafaard genoemd, anderen hebben me een held genoemd. Ik geloof dat ik ergens in het midden kan worden geplaatst. Tegen hen die mij een held hebben genoemd zeg ik dat ik niet in helden geloof, maar ik geloof dat gewone mensen buitengewone dingen kunnen doen.

Tegen hen die mij een lafaard hebben genoemd zeg ik dat zij het verkeerd hebben en dat, zonder het te weten, ze ook gelijk hebben. Ze hebben het verkeerd als ze denken dat ik uit de oorlog ben gestapt uit angst gedood te worden. Ik geef toe dat er angst was, maar er was ook de angst onschuldige mensen te doden, de angst mezelf in een situatie te begeven waar overleven betekende te doden. Er was de angst mijn ziel te verliezen terwijl ik het vege lijf redde. De angst mezelf te verliezen tegenover mijn dochter, tegenover de mensen die van mij houden, tegenover de man die ik was, tegenover de man die ik zijn wilde. Ik was bang op een morgen wakker te worden met de gedachte dat mijn menselijkheid me had verlaten.

Ik zeg zonder trots dat ik mijn werk als soldaat deed. Ik was de commandant van een infanterie-eenheid in gevecht en we hebben nimmer gefaald onze opdracht te vervullen. Maar zij die me een lafaard noemen hebben, zonder het te weten, ook gelijk. Ik was niet een lafaard omdat ik uit de oorlog ben gestapt, maar wel omdat ik er aan begonnen ben en er een deel van ben geweest. Weigeren en deze oorlog weerstaan was mijn morele verplichting, een verplichting die mij tot principiele actie opriep. Ik heb gefaald in mijn verplichting als mens en heb in plaats daarvan mijn plicht als soldaat vervuld. En dat alles omdat ik bang was. Ik was verstijfd, ik wilde niet opstaan tegen de regering en Het Leger. Ik was bang voor de straf en de vernedering. Ik trok ten oorlog omdat, op dat moment, ik een lafaard was. En daarvoor verontschuldig ik me bij mijn soldaten - dat ik niet het soort leider was die ik had moeten zijn. Ik verontschuldig me ook bij het Iraakse volk. Tegen hen zeg ik: "Het spijt me van de uitgaansverboden, van de acties, van de moorden". Ik hoop dat ze het kunnen opbrengen me te vergeven.

Een van de redenen dat ik niet vanaf het begin weigerde aan de oorlog deel te nemen was dat ik bang was mijn vrijheid te verliezen. Vandaag, terwijl ik achter tralies zit, realiseer ik me dat vrijheid veel verschillende vormen kent. Dat ik ondanks deze opsluiting in belangrijke zin nog steeds vrij ben. Welk nut heeft vrijheid als we bang zijn ons geweten te volgen? Welk nut heeft vrijheid als je niet kunt leven met je eigen daden? Ik zit opgesloten in de gevangenis maar voel me, vandaag meer dan ooit, verbonden met de hele mensheid. Achter deze tralies zit ik als een vrij mens, omdat ik heb geluisterd naar een hogere macht, de stem van mijn geweten.

De Nederlander stopt The Catholic Worker terug in zijn rugzak. Het is bijna middernacht. De bus van 12.15 staat al klaar. 14 uur naar Detroit voor de boeg.

----------

Donderdag 29 september 2005, dag 18 van De Luister-en-Vertel-Tournee in Amerika

Detroit, Michigan

De Nederlander in Amerika mag een dag lang gebruik maken van de computer van Gail Presby, een professor filosofie aan de Universiteit van Detroit die hij in India heeft ontmoet. Eindelijk gelegenheid om een paar verhalen naar Nederland te emailen. Eindelijk gelegenheid op internet te kijken waar Nederlanders zich druk om maken.

PSV verliest met 3-0 in een Turkse hel. En op telegraaf.nl leest hij hoeveel moeite een klein land heeft met zijn eigen oorlogsverleden. Ruim vijftig jaar later is er ophef over Nederlandse mannen, die weigerden naar Indie te gaan. Die de moed hadden hun geweten te volgen in plaats van hun militaire of burgerplicht. Terwijl er toch grote eensgezindheid bestaat dat dat, terugkijkend vanuit de comfortabele positie van 2005, een foute oorlog was.

ton

3 brutale vragen:

1.
Is niet iedere oorlog een foute oorlog? Overdenk het eens tien seconden. Langer mag ook.

2.
Misschien vindt u de brief van de Amerikaanse deserteur interessant genoeg om aan iemand anders te sturen. Doe dat dan. Maar alleen als u denkt daar goed aan te doen. Anders niet.

3.
Misschien heeft het verhaal van de Nederlander in Amerika u wel aangesproken. Misschien, heel misschien is het uw geweten wel een euro waard. Als dat zo is, maak het over naar rekeningnummer 1689.67.456 t.n.v. Stichting Luister-en-Vertel-Tournee te Oisterwijk. Zo niet, hou die euro dan voor uzelf. Wie weet komt hij u ooit nog eens van pas.