De Luister-en-Vertel-Tournee

15.1.07

Een verrassend telefoontje in Tulsa, Oklahoma

Zondag 2 oktober 2005, dag 21 van De Luister-en-Vertel-Tournee in Amerika

Tulsa, Oklahoma

De man met de hoed zit op de stoeprand bij het benzinestation. Zijn rugzak naast de publieke telefoon aan de muur. Hij geniet van zijn ijsje. Zo'n waterijsje met twee stokjes. Als kind moch hij van zijn oma net zulke waterijsjes halen als ze op zondag bij haar op bezoek waren. Bij de Spar in de Guido Gezellelaan in Den Bosch. Een kwartje kostte die. Of was het twee kwartjes? De groenen waren zijn favoriet. 'Reine claude' heette die kleur, maar als kind had hij geen idee wat dat betekende. Alleen dat het lekker was. Deze is oranje, en heet 'orange'. Het smaakt inderdaad naar sinaasappel. "Geef maar 1 dollar", had de benzinestationman achter de toonbank gezegd.

Hij heeft geen idee hoe laat het precies is. Aan de zon te zien een uur of zes. Aan de warmte te voelen nog midden op de dag. Maar dat kan niet, want half 1 was de bus het Greyhound-station van Tulsa binnengereden en dat is alweer een paar uur geleden. Het eindpunt van zijn trip uit Louisville. Daar was hij gisteravond om half zeven ingestapt. En nu dus via Indianapolis en St. Louis in Tulsa aanbeland. Zijn eindbestemming is Tahlequah, een klein stukje naar het oosten toe. Daar woont en werkt Thea, die hij een half jaar eerder in India is tegengekomen tijdens de Saltmarch.

Zeker, ze kende hem nog, had ze hem ge-emaild op zijn vraag of zij nog wist wie hij was en of hij een paar dagen kon blijven. En natuurlijk was hij welkom. Ze had nog wel een kamer in haar huis over. En ze woonde niet in Iowa, zoals hij dacht, maar in Oklahoma. En dus had hij terugge-emaild dat hij niet zozeer in Iowa was geinteresseerd, maar meer in waar de Amerikaanse medemarsers toevallig ook maar woonden. Dat Oklahoma prima in zijn plannen paste, die hij toch niet echt had, en dat hij verwachtte iin de loop van het weekeinde daar aan te zullen komen. Hij kon nog niet zeggen wanneer precies, want hij wilde liftend verder reizen, maar hij zou wel bellen na aankomst in Oklahoma. Dat was vrijdag, toen hij nog bij Gail in Detroit was.

Via internet vond hij een lift naar Louisville, Kentucky. Wel niet Oklahoma, maar in ieder geval een eind in de richting. Het werd een boeiende rit. Abey en zijn vrouw blijken Indiers te zijn. Vijf jaar geleden vanuit Kerala in India naar Louisville verhuisd om in de VS te studeren. Zij fysiotherapie en hij industrial design. Een half jaar geleden afgestudeerd vond zij een baan in Detroit en dus verhuisden ze weer. En even later vond hij een baan als leraar Statistiek aan de Davenport University in diezelfde stad. De zes uur durende rit gaat het over Kerala en India, over Gujarat en de Dandi Yatra, over Gandhi en Jezus. Over religie en geloof, over recht en rechtvaardigheid. Over dromen en reizen. Ook een manier om een vrijdagavond door te brengen. 's Avonds om half elf zetten ze hem af bij het Greyhound-station in Louisville.

Hij loopt de Muhamed Ali Boulevard af, richting Ohio-rivier. In het Shawnee Park, vier kilometer verderop, vindt hij een bankje om op te slapen. De volgende ochtend rugzak weer omgedaan en naar de dichtsbijzijnde oprit gelopen van Interstate 65, de snelweg naar St. Louis. Na een uur tevergeefs te hebben geprobeerd een lift te krijgen zoekt hij hij op de kaart een andere oprit. Hm, die bij 22st Street misschien. Zo te zien een belangrijke straat dwars door de stad. Misschien is de oprit daar drukker. Vijf kilometer en een uur later blijkt dat ook zo te zijn.

Niet dat dat veel helpt. Na twee uur staat hij er nog steeds. Dan maar Plan B: de bus. Rugzak weer omgedaan en naar het busstation. Onder het lopen baalt hij toch een beetje dat het liften niet gelukt is. Hoe dat komt? Honderden mogelijke verklaringen schieten hem te binnen. Allemaal even speculatief. Misschien kwam het wel omdat het zaterdag is. Misschien door het prachtige weer. Misschien ziet hij er niet vertrouwenwekkend genoeg uit. Misschien is Amerika, anders dan zijn ervaring in Nieuw Zeeland, niet zo'n lift-minded land. Misschien is het wel typisch voor een stad als Louisville. Misschien, misschien, misschien. Hoeveel individuele ervaringen moet je hebben om een algemene uitspraak te kunnen doen? Om een zinnige conclusie te kunnen trekken? Feit is dat er in drie uur niet een auto is gestopt. Feit is dat dat weinig zegt over liften in de VS in het algemeen. Feit is dat hij niet weet hoe het komt.

Via 22st Street loopt hij terug naar Muhamed Ali Boulevard. Daar linksaf richting Greyhound-Busterminal. In de meeste Amerikaanse steden heb je geen plattegrond nodig. Wie kan tellen en een beetje Engels of Spaans kan vindt al gauw zijn weg.

Een kaartje gekocht naar Tulsa. Dat valt tegen. 119 dollar. Nog duurder dan een kaartje van Detroit naar Tulsa. Hij had net zo goed meteen in Detroit de bus kunnen nemen. Hoewel, bij nader inzien. Dan had hij de rit met Abey en zijn vrouw gemist en was hij niet in Louisville geweest. Niet dat dat nu zo'n bijzondere stad is of dat hij daar nu veel heeft opgestoken, maar allicht meer dan niets. En twee keer dezelfde Muhamed Ali Boulevard aflopen, een keer midden in de nacht en een keer overdag, zet hem aan het denken. Frappant hoe de wereld er in een ander dagicht heel anders uitziet.

De bus gaat pas over een paar uur. Geplande aankomst in Tulsa 11.50 uur. Mooi, even naar Thea gebeld; nu kan hij wel zeggen hoe laat hij aankomt. Voice mail van haar mobieltje ingesproken. Hij kan dan nog niet weten dat Thea in Austin, Texas een workshop aan het geven is over non-violence. Na dat telefoontje de tijd gedood met lezen en schrijven. En in de zon in het gras gelegen. De warmte doet hem beter dan de kilte van de airco in de busterminal.

Na aankomst in Tulsa, bijna een etmaal later, weer Thea gebeld. Weer voice mail ingesproken. Wat de man met de hoed en de rugzak dan nog niet weet is dat Thea inmiddels allerlei vrienden in Tulsa heeft gebeld met de vraag of ze hem even kunnen opvangen. Want ze is zelf pas op maandag terug in Tahlequah.

De man met de hoed haalt de wegatlas van de Verenigde Staten uit zijn rugzak en zoekt uit wat de kortste weg is naar Tahlequah. Het blijkt highway 51 te zijn. Via Muskogee, de grootste stad onderweg. Op de kaart van Tulsa kijkt hij hoe van het busstation naar highway 51 te komen. Even later weer naar Thea gebeld. Weer tevergeefs.

Hij besluit alvast een stuk richting Muskogee te lopen. Inmiddels gewend aan het stratensysteem van bijna alle Amerikaanse steden is het niet moeilijk de juiste richting te vinden. Vanaf 6th Street in zuidoostelijke richting gelopen.

Al lopend komt het idee in hem op helemaal naar Tahlequah te lopen. Op de kaart lijkt de afstand ongeveer 80 kilometer te zijn. Het is nog te warm om zo'n afstand te lopen, maar als hij ergens rust neemt, wat eet en wat te drinken koopt voor onderweg, dan is dat misschien zo'n slecht idee nog niet. En Muskogee is halverwege. Dus als het toch te ver blijkt te zijn, kan hij daar altijd nog naar een andere oplossing zoeken.

Op 13th Street komt hij langs een pizzarestaurant. Met een leuk terras. Hij wordt geholpen door een vriendelijke serveerster, die in Parijs Frans heeft gestudeerd. En in mei samen met een vriendin 30 dagen door India heeft gereisd. Nu studeert ze politieke wetenschap aan de Universiteit van Tulsa. Haar droom? Iets doen in de economie van derde wereld-landen. Arme mensen helpen bij het opzetten van een onderneming. Want in de VS zijn er geen echt arme mensen meer. Nou ja, wel een paar, maar niet zoveel. Wel heel veel mensen die denken dat ze arm zijn. Die zijn vast nog nooit in India geweest.

Ruim anderhalf uur later stapt hij op en vervolgt zijn weg richting highway 51. Bij een publieke telefoon aan de muur van een benzinestation op 33st Street nog een keer geprobeerd Thea te bereiken. Helaas, weer de voicemail. Binnen koopt hij een fles sinaasappelsap voor onderweg. Weer buiten kan hij niet laten het toch nog een keer te proberen. Hij draait het nummer van Thea's mobiele telefoon. Gelukt. En wat blijkt? Ze is nu in Austin, Texas, maar heeft twee adressen in Tulsa, waar hij kan overnachten. Morgen is ze terug in Tahlequah. Ze geeft hem de nummers door. Hij spreekt af beide contacten te bellen, maar dat als het niet lukt dat hij haar dan morgen opnieuw belt. Eerst Kathy gebeld. Antwoordapparaat. Ingesproken en daarna Steve gebeld. Ook antwoordapparaat. Ook ingesproken.

Min of meer definitief besluit hij dan toch maar naar Muskogee te lopen. Hij heeft zin in een ijsje. En zo komt het dat de man met de hoed op een stoeprand bij een benzinestation in Tulsa, Oklahoma een waterijsje zit te eten. Zich de komende nacht verbeeldend. Een nacht van wandelen.

Hij hoort een telefoon overgaan. Hij kijkt om zich heen. Niemand in de buurt met een mobieltje aan het oor. Toch zou hij kunnen zweren dat hij een telefoon hoorde overgaan. Hoor, daar is het weer. Hij kijkt naar de publieke telefoon naast hem. Dat zal toch niet? Hij neemt de hoorn van de haak.

"Hallo?", vraagt hij voorzichtig.
"O hallo. Heeft u zojuist vanaf dit nummer gebeld?". Een mannenstem aan de andere kant.
"Uh, ja. Een paar keer".
"Mijn naam is Steve. Ik zag het nummer op mijn telefoon. Ben jij ton?".
"Uh ja. Ik wist niet dat je een publieke telefoon kunt terugbellen."
"Waar ben je nu?".
"Op de hoek van Yale Avenue en 33st Street.".
"Heb je een auto?".
"Nee. Ik ben te voet".
"Okay. Je ben vlakbij waar ik woon. Ik ben er in tien minuten.".

En zo heeft de man met de hoed en de rugzak door een onverwacht telefoontje een slaapplaats voor de nacht.

ton



3 brutale vragen:

1.
Neem eens tien seconden de tijd. Hoeveel telefoontjes pleegt u? En hoe vaak krijgt u zomaar een onverwacht telefoontje? Kan niet vaak zijn, want is het dan nog wel onverwacht?

2.
Misschien kent u wel iemand, die het telefoonverhaal leuk vindt. Stuur het dan door. Maar alleen als u denkt hem er een plezier mee te doen. Anders niet.

3.
Misschien, heel misschien vond u deze telefonade wel een euro waard. Als dat zo is, maak het over naar rekeningnummer 1689.67.456 t.n.v. Stichting Luister-en-Vertel-Tournee te Oisterwijk. Zo niet, doe het dan niet. Bewaar het dan voor een telefoontje.